Themanummer Theologia Reformata over de prediking

Prof.dr. F.G. Immink schrijft in zijn bijdrage ‘Preken als ambacht' dat een preek iets bijzonders is: ‘Tijdens de preek klinkt de genade van God door en wordt het geloof van kerkgangers versterkt.

Kerkgangers reflecteren gedurende de preek op hun eigen leven, hun geloof, het reilen en zeilen van de wereld. Er ontstaan momenten van inkeer, van boete en berouw, van verwondering en blijdschap.' Over dit verschijnsel gaat het themanummer van Theologia Reformata over de prediking.
Dr. T.T.J. Pleizier richt zich in ‘Betrokken preken. De verantwoordelijkheid voor de hoorder als aspect van pastorale prediking' op de positie van de hoorder: ‘Preken troosten niet als de dominee zonder meer het woord ‘troost' gebruikt. Maar er moet troostend worden gesproken. Een illustratie kan dat heel krachtig neerzetten. Een verhaal kan troost overbrengen, op een wijze waarop dat niet lukt door het woord ‘troost' te gebruiken.' Toch zit hier ook een spanning: ‘Een preek die vooral in metaforen spreekt, geeft de hoorder veel ruimte tot persoonlijke overdenking, zonder dat het allemaal wordt ingevuld. Tegelijk wordt de hoorder dan ook losgelaten en kan hij het gevoel hebben het zelf te moeten doen. Spreek concreet, klinkt het dan terecht bij andere auteurs.' Zo doe je het als predikant ook nooit goed.
Prof.dr. C.J. de Ruijter opent ‘Licht op het pad. Over exegetisch verantwoord preken' met een verrassende opmerking: ‘Preken is iets anders dan exegetiseren en wie een tekst uitlegt, heeft daarmee nog geen preek.... Immers, hoe weten we dat het echt de stem van God is die klinkt, anders dan door de preek te ijken aan wat God voor alle eeuwen heeft vastgelegd als zijn Woord voor alle tijden?' Over deze vraag gaat zijn bijdrage.
Dr. H. de Leede behandelt een concreet probleem, namelijk ‘Is preken over de opstanding en andere wonderverhalen nu moeilijker dan vroeger?' Volgens hem is het nodig en mogelijk dat een predikant zowel ‘in contact [kan blijven] met zowel het geheim van het evangelie als met het moderne levensbesef'.
Op de vraag wat bevinding is en wat dit betekent voor de prediking, gaat dr. W. van Vlastuin in. Hierover wordt verschillend gedacht. ‘Het begrip ‘bevindelijk' roept tegengestelde gevoelens op... Voor de één betekent bevindelijke prediking dat er een bepaalde heilsweg wordt benoemd, terwijl een ander denkt aan de toepassing bij het Woord.' Een van zijn conclusies luidt: ‘Het is niets te veel gezegd dat het hart van de verkondiging draait om de ontmoeting van hart tot hart, namelijk Gods hart met ons hart.'
Ook de reflexen gaan over de prediking, maar dan over de vorm ervan. Is luisteren naar een lange preek wel iets van deze tijd? Dr. R.P. de Graaf stelt onder andere: ‘Waarschijnlijk zou het idee van Erasmus zijn, als hij nu zou leven, dat een preek niet per se korter moet zijn, als wel dat die zandloper vervangen moet worden door kleine camera's die het kerkvolk op de achterste rijen in beeld brengen en dat de dienstdoend ouderling, die die beelden bewaakt, op discrete wijze ingrijpt als er te veel wordt ‘gedut, gegaapt en mensen zich vervelen'.'
In het focus artikel behandelt dr. Pleizier een studie van H.C. van der Meulen uit 2013, Om het geheim van het leven. Over spiritualiteit en geestelijke begeleiding.

Voor abonnementen, proefnummers en losse nummers (€ 12,00) is het adres: bureau Gereformeerde Bond, Kleine Fluitersweg 253, 7316 MX Apeldoorn, tel. 055-5766660; email: info@gereformeerdebond.nl.

R.P. de Graaf, redactiesecretaris