Theologia Reformata komt met themanummer over de beeldcultuur

In menige kerk wordt op gezette tijden een filmpje vertoond bij de mededelingen of worden er zelfs hele filmavonden georganiseerd.
De redactie van Theologia Reformata brengt begin december 2017 daarom een themanummer uit, getiteld ‘In ’t beeldenrijk’. Met dit nummer wil de redactie de gedachtenvorming rond de beeldcultuur in het algemeen en het gebruik van film in het bijzonder vanuit verschillende gezichtspunten stimuleren.
Ze begint met de vraag naar good-practice uit een land dat op ons voor ligt. In Amerika is met name aan Calvin College te Grand Rapids al meer gedaan aan de doordenking van vragen rond beeldcultuur. Dr. B. Cusveller vergelijkt als filosoof enkele Amerikaanse en Nederlandse opvattingen.
Prof. C. van der Kooi gaat in op de vraag hoe – gegeven het feit dat beeld, film, tv, computers et cetera een steeds grotere plek in het gewone leven krijgen – ook in de gereformeerde gezindte, een concrete theologische bezinning ontwikkeld kan worden. Hij gaat uit van drie functies, ‘die’, zo stelt hij, ‘alle drie binnen een gereformeerd theologisch raamwerk hun plek kunnen vinden. De media kunnen informeren, ze kunnen relateren, ze kunnen transformeren.’
Dr. R. van Hell geeft vanuit de praktische theologie een antwoord op de vraag welke plek film en beeld in het geloofsleven en het kerkelijk leven kunnen innemen. Wat gebeurt er nu en hoe zou het moeten zijn? Volgens haar kan ‘de functie van film-als-gelijkenis’ zegenrijk werken: ‘Films functioneren, als het toe-eigeningsproces lukt, als glimpjes van een andere wereld: een wereld zoals het ook kan zijn, een wereld die dichter bij het Koninkrijk van God komt.’
Een en ander mondt uit in concrete handreikingen voor de praktijk van eredienst en catechese. Een kwetsbare groep vormen de jongeren. Op de belangrijke vragen ‘Wat laten theologen liggen als ze geen oog hebben voor de woord- en beelddenkers onder de jongere en oudere kinderen? Moet een theoloog nu ook pedagoog worden?’ wordt door prof. A. de Muynck en dr. D. van der Koot-Dees een lijn uitgezet. Een van hun conclusies luidt dat ‘er geen harde scheiding is tussen de middelen die ingezet worden. Het woord verbeeldt, het visuele beeld bekrachtigt woorden, en het beeld heeft een zelfstandig vermogen om emoties en oordelen op te roepen.’
Ten slotte gaat ds. M.J. Schuurman vanuit zijn ervaringen in de gemeente in op de vraag hoe film in catechisatie, preekvoorbereiding, kringen en pastoraal gesprek kan worden gebruikt. Zijn bijdrage loopt uit op praktische tips voor in de pastorie: ‘Gebruik van film kan niet zonder werkvorm. Welke werkvorm zinvol is, hangt af van de intentie waarmee een film wordt getoond.’ Bij iedere inzet worden handvatten gegeven.
Zowel aan het boek van prof. dr. G. van den Brink En de aarde bracht voort. Christelijk geloof en evolutie als aan het boek van prof. dr. M.J. Paul Oorspronkelijk. Overwegingen bij schepping en evolutie wordt aandacht besteed door prof. H.G.L. Peels in zijn Reflexen, als door prof. H. van den Belt, die er een artikel aan wijdt.

Voor abonnementen, proefnummers en losse nummers (€ 12,50) is het adres: bureau Gereformeerde Bond, Kleine Fluitersweg 253, 7316 MX Apeldoorn, tel. 055-5766660; email: info@gereformeerdebond.nl.